Het Kamper Stripspektake een jaarlijks feest voor iedereen.

Artikel in de Kamper Almanak 2020 door Paul Reichenbach

Na 21 jaar en met de 22e editie in de steigers is het Kamper Stripspektakel een niet meer weg te denken onderdeel van het evenementenaanbod in Kampen.
Klein begonnen, op het binnenplein van de Stadskazerne, toen nog de kunstacademie, is het evenement uitgegroeid tot een gezellige familiedag rondom strips, stripauteurs, leesbevordering en kinderboeken.
Ruim 20.000 bezoekers dwalen tijdens het Stripspektakel tussen de kramen met stripboeken en strip-gerelateerde artikelen, maken een praatje met een bekende tekenaar, doen mee met een workshop, bezichtigen een tentoonstelling of genieten gewoon maar van de ongedwongen sfeer. De kinderen vermaken zich bij een speciale voorstelling, op een springkussen of met een van de vele andere kindvriendelijke activiteiten.
Er is een generatie opgegroeid met het Kamper Stripspektakel, maar hoe is het allemaal begonnen? Hoe is het zo gegroeid in de loop der jaren?
Het is een heel verhaal dat nodig eens moest worden vastgelegd. Omdat ik er vanaf het prille begin bij betrokken ben, neem ik de vrijheid om er in de ‘ik’-vorm over te vertellen.

Verwacht niet te veel details want dan zou ik veel meer ruimte nodig hebben dan beschikbaar is. Het is in dit bestek onmogelijk om volledigheid na te streven, maar het verhaal in grote lijnen met hoogtepunten en een paar anekdotes is op zichzelf boeiend genoeg. Iedereen die er als bezoeker, vrijwilliger of gast bij is geweest, zal zijn of haar eigen herinneringen hebben, als aanvulling op mijn relaas.

Het begin

Januari 1999. Het bestuur van de Stichting Promotie Kampen vergadert over de invulling van de Kamper Ui(t)dagen van de komende zomer. Het is al jaren de traditie om ieder van de vier of vijf zomerse braderiedagen een eigen thema mee te geven, maar de formule begint sleets te worden. Dit jaar, het laatste jaar van de eeuw, mag er weleens iets nieuws komen. Wie heeft ideeën?
Voorzichtig opper ik: “Kunnen we niet iets rond strips doen? Een stripdag?”
Na een korte stilte volgt er een homerisch gelach. Dubbelzinnige grappen vliegen over de tafel, maar het idee wordt direct aangenomen. Met een grijnzend ‘Paul gaat strippen’ en het nodige gegrinnik van de bestuurstafel krijg ik de opdracht om een plan uit te werken. Er wordt geen volledige dag aan dit thema opgehangen, maar als toevoeging voor de laatste Ui(t)dag kan het zeker werken

Veel belangstelling voor Marq van Broekhoven. Foto: Paul Reichenbach.

In de volgende vergadering onderbouw ik mijn idee. In de Koornmarktpoort zal een expositie komen en op het voorplein van de Kunstacademie (nu Stadskazerne) een kleine markt met verkopers en signerende tekenaars. Het budget is duizend gulden (450 EURO). Marktmeester Evert van Dijk zal assisteren wat de marktkramen betreft en voor de rest mag ik er zelf iets van zien te maken.
Met het vertrouwen van het bestuur en met assistentie van mijn vriendin Anja Boons (en met voor dat eerste jaar inbreng van Pieter Dorst en Janko Bosch) gaan de voorbereidingen van start.
Hoe kleinschalig ook, bescheiden van opzet is het eerste Kamper Stripspektakel zeker niet.
Met wat knip- en plakwerk maak ik een poster, met Gijs Gans die op een steur zit. Het komt uit een Amerikaanse uitgave met emblemen die de Walt Disney Studio’s tijdens de Tweede Wereldoorlog voor het leger maakten. Ik teken een belletje aan de nek van de steur en de eerste poster voor het Kamper Stripspektakel is geboren. Een illegale afbeelding, maar ik ga er maar van uit dat er bij Disney niemand van zal wakker liggen.

Henri Bouwmeester, directeur/eigenaar van Weekblad De Brug, is bereid om een heuse Stripspektakelkrant uit te brengen als eenmalige bijlage van acht pagina’s op weekendformaat.
Wie nog een exemplaar bewaard heeft, heeft hiermee een bijzonder collectors item in handen. Dat geldt trouwens ook voor het boekje ‘De opstand der uien’ van Sjoerd van der Zee, een ‘speciale beursuitgave’ in kleine oplage.

Voor de markt benader ik links en rechts wat mensen. Er reageren niet zo heel veel standhouders, maar de ruimte is ook beperkt. Er reageren een paar verkopers, maar ook de Fameuze Fanclub, de club van de Suske & Wiske-verzamelaars, en er komen zelfs gasten uit België, van de Euro Disney Fanclub.

Signerende tekenaars zijn er ook. Pieter Hogenbirk uit Huizen zegt als eerste toe. Van alle komende afleveringen zal hij er maar één missen, dus je kunt rustig van een vaste waarde spreken. Tekenaar Pieter Dorst uit IJsselmuiden heeft collega-tekenaar Alex Turk uitgenodigd, ook iemand die de meeste van de komende edities weer present zal zijn. Dan is er nog een kleine handvol plaatselijke talenten. Het nadeel is dat geen van deze tekenaars een echt stripboek heeft uitgebracht, maar ze willen graag een tekening maken voor wie erom vraagt.

Eindelijk is het dan donderdag 17 augustus. De hele ochtend regent het gestadig. Een aantal van de standhouders die hebben ingeschreven komt simpelweg niet opdagen en een ander die wel is gekomen en al met een zuur gezicht zijn handel uitpakte, houdt het na een uurtje voor gezien. De volhouders worden echter beloond, want na het middaguur breekt de zon door en begint het publiek toe te stromen.
Er wordt gesnuffeld en gekocht, maar er wordt ook door kinderen van alle leeftijden druk gebruik gemaakt van de grote rol wit papier die uitnodigend op een kraam is neergelegd. Iedereen voelt zich even striptekenaar.
Voor de praktische zaken heb ik gelukkig een enorme steun aan Anja, want ik loop zelf als de spreekwoordelijke kip zonder kop tussen de kramen, dolgelukkig dat het ideetje uit de verf is gekomen.
’s Middags wandelen zelfs Mickey Mouse en Donald Duck door de stad. Deze ‘artiesten’ slokken het grootste deel van het budget op, maar publiekstrekkers zijn het zeker.
Na afloop wordt de dag nog eens doorgenomen met de Belgische gasten en de mensen van de Fameuze Fanclub bij het Chinees restaurant. Het begin van een traditie, want tot op heden wordt elke editie afgesloten met een etentje voor de gasten.

Wegens succes geprolongeerd!

Er zijn bij het bestuur verschillende positieve reacties binnengekomen en bij de evaluatie van de zomerevenementen is het daarom snel duidelijk: het Kamper Stripspektakel verdient een tweede editie.

De voorbereiding voor die tweede editie is vrijwel gelijk aan de eerste, met dit verschil dat je toch wel leert van gemaakte fouten.
Tegen de verwachting in lukt het om Jesse van Muylwijck, de tekenaar van De Rechter, het stripje dat dagelijks in de Stentor staat, op kosten van de krant naar Kampen te laten komen. Ook hij heeft dan nog geen boek om te verkopen, maar hij zal karikaturen maken van de bezoekers.
De Brug doet weer mee met een speciale bijlage, hoewel het dit keer meer overredingskracht kost en het aantal pagina’s met de helft wordt verminderd. Maar goed, het is toch een mooi stukje publiciteit waar we blij mee zijn.
Kleurplaten van een meter hoog worden buiten de hekken geplaatst en Ui(t)dag speaker Jan Karel roept onvermoeibaar om dat alle kinderen mogen meedoen met het ‘Grote Kleurgebeuren’.
We hebben een vriendelijke scout (ik heb zijn naam nooit kunnen achterhalen) bereid gevonden om zich te verkleden als druïde Panoramix uit de Asterix verhalen. Een van de bestuursleden heeft voor een grote ketel met soep gezorgd en wie maar wil mag gratis proeven van ‘de toverdrank van Asterix’. De soep is voortreffelijk, maar ach, laat de zon nu juist op deze dag overuren maken. Het is rond de dertig graden, zodat de animo voor een beker warme soep niet groot is. Ik heb nog altijd een enorme bewondering voor die jongen die met pruik en al in de hitte achter die warme soepketel stond en maar steeds vriendelijk bleef.

De ‘toverdrank’ heeft alles te maken met de tentoonstelling ‘De vele talen van Asterix’ die in de Koornmarktpoort te bezichtigen is. Een verzameling van enkele tientallen Asterix albums in alle talen waarin de strip is verschenen, met zelfs een Iraanse en een …. Kamper vertaling.

Dit jaar hebben we behalve Mickey ook Minnie Mouse gecharterd. Ze moeten uit Steenwijk komen, maar ergens halverwege begeeft hun auto het. Diverse kinderen en hun ouders komen boos informeren waar de beloofde Amerikaanse superhelden blijven, maar we zitten met de handen in het haar. Dankzij een vrijwilliger die ze met zijn auto ophaalt, maken ze wat later dan gepland toch hun triomftocht door de Oudestraat, voorafgegaan door een bodyguard met portofoon.

Ondanks de animo voor de grote kleurplaten buiten de hekken en een regelmatige toeloop, merken we toch wel dat we op het binnenpleintje een beetje verscholen zitten. Volgend jaar – want er moet beslist een derde editie komen- zullen we dan toch maar een andere locatie proberen.

Strip door Pieter Hogenbirk en Paul Reichenbach, speciaal gemaakt voor deze Kamper Almanak.

Stoppen of groeien

We krijgen de Botermarkt toegewezen! Een knus pleintje, iets uit de loop, maar met grote pijlen kunnen we de bezoekers vast wel lokken.
In de praktijk blijkt dat de locatie erg slecht uitpakt voor het Stripspektakel. De ruimte is, in ieder geval gevoelsmatig, nog kleiner dan hetgeen we hadden. De standhouders staan dicht op elkaar gepakt en er is nauwelijks loopruimte voor de bezoekers. Ook blijkt nu duidelijk dat het pleintje toch wel erg buiten de looproute valt. Wegwijzers en omroepberichten ten spijt komen er minder bezoekers dan de twee eerste jaren, hoewel het misschien drukker lijkt omdat het pleintje snel vol is.
Na afloop van de markt is er overleg met de Fameuze Fanclub en met Erwin Bastiaans, die als verkoper al van de eerste editie af aan meedraait en een ruime ervaring heeft met (strip)beurzen. Het is duidelijk: stoppen of meteen een heel stuk groeien, een tussenweg is er niet.
Tijdens de eerstvolgende bestuursvergadering breng ik dit alles ter sprake. Het is ‘buigen of barsten’: of een betere en grotere locatie om het evenement verder uit te bouwen, of anders was dit de laatste keer.

Een Kamper decor voor meneer Lambik (Bertus Krabbe) en Suske en Wiske (2006). Foto Paul Reichenbach

Een eigen dag

Het bestuur stelt voor om het Stripspektakel een eigen dag te geven, een zaterdag, dus los van de Kamper Ui(t)dagen. De derde zaterdag van augustus, zoals Erwin Bastiaans heeft voorgesteld, is een prima idee voor een vaste datum. Het geeft duidelijkheid voor bezoekers en standhouders en deze dag kan dan meteen dienen als afsluiter van de zomerevenementen.

In deze periode gaat de Stichting Promotie Kampen zich meer en meer bemoeien met de ondernemersbelangen. Voorzitter Gerrit Bruins is op bijna iedere gemeenteraadsvergadering aanwezig en zijn voorkeur ligt eerder bij de politiek dan bij evenementen. De Ondernemers Vereniging Kampen is kort daarvoor opgegaan in de SPK en er zijn nu duidelijk twee groepen in het bestuur, een ‘politieke’ vleugel en een groep die zich alleen met de evenementen wil bezighouden.
Er wordt besloten om de twee groepen ieder met een zekere zelfstandigheid te laten opereren, met gemeenschappelijke vergaderingen om het overzicht niet te verliezen. Voor ik het weet ben ik gebombardeerd tot ‘voorzitter evenementen’.
Het wordt een enorm drukke tijd, want naast mijn gewone dagtaak heb ik, behalve de voorbereidingen voor een grootser opgezet Stripspektakel, nu ook de supervisie over de invulling van vijf Kamper Ui(t)dagen.

Hoe dan ook, de voorbereidingen lopen gesmeerd.
De Kamper Ui(t)dagen lopen als een trein, maar ik kijk met de meeste spanning uit naar het 4e Kamper Stripspektakel, de eerste in nieuwe stijl.
Een slordig dozijn tekenaars uit Nederland en België zijn uitgenodigd, met daarbij regelrechte coryfeeën als Paul Geerts, de tekenaar van Suske & Wiske, Martin Lodewijk, de ‘godfather’ van de Nederlandse strip en Jan Kruis, de aimabele tekenaar van Jan, Jans en de kinderen.
De markt is dankzij de gerichte benadering door Erwin Bastiaans goed gevuld met een flink aantal handelaren. Dan is er als elk jaar weer een tentoonstelling en daarnaast muziek en kinderactiviteiten.
De tekenaars worden als echte VIP’s behandeld. Met een botter worden ze vanaf het van Heutszplein naar de koggehaven vervoerd, waar ze een rondleiding krijgen. Wandelend een afstandje van een paar minuten, maar dat boottochtje maakt een geweldige indruk. De afstand lijkt opeens drie keer zo groot en iedereen denkt op een eiland te zitten. Groot is dan ook de verbazing als Paul Geerts, die wat verlaat is, met zijn auto het terrein op komt rijden, juist op het moment dat iedereen uit de boot stapt.
Tijdens de rondleiding op de koggewerf en na in de kogge zelf rondgelopen te hebben komt Martin Lodewijk op het idee voor een verhaal in de serie de Rode Ridder. Een paar jaar later verschijnt ‘De Rode Kogge’, waarin Kampen en de kogge een belangrijke rol spelen.

Na de rondleiding gaat de tocht terug naar de Oudestraat per paardentram. Ik mag zeggen dat de tekenaars die erbij waren het nog altijd hebben over deze –voor de meesten de eerste- kennismaking met Kampen.
De dag verliep zonder problemen, of het moest zijn dat de beroemde rode MG van Jan Kruis achter het hek van de Kunstacademie stond geparkeerd. Hij had hem daar maar neergezet, het leek wel een veilig plekje. Na het gezamenlijke etentje met de gasten bleken de hekken echter gesloten. In zo’n geval is het goed dat iedereen in Kampen iedereen kent, want de sleutel van het hek was snel gevonden zodat Jan vrolijk lachend om dit incidentje naar huis kon rijden.

In vogelvlucht

Het voert te ver om van elk Stripspektakel een uitgebreide beschrijving te geven, want van elke editie zijn wel een aantal ‘wapenfeiten’ te vermelden. We hebben de crème de la crème van de Nederlandse en Vlaamse striptekenaars naar Kampen kunnen halen. Namen noemen heeft weinig zin, want je vergeet er altijd weer een aantal. Ga er in ieder geval van uit dat het er heel veel zijn. De hele grote namen uit de stripwereld, die vaak tot op hoge leeftijd bleven komen, maar ook opkomende sterren en beginnende tekenaars die het inmiddels ver geschopt hebben. Die diversiteit is denk ik ook de kracht van het Kamper Stripspektakel.

We hebben stunts bedacht zoals in 2006, toen striptekenaars live op een podium met hun eigen creaties taarten versierden met room en chocolade. De resultaten werden verloot en waren niet alleen prachtig om te zien, maar ook nog eens goed van smaak (heb ik me laten vertellen).
We kregen de officiële presentatie van ‘Jan, Jans en de kinderen in Suriname’ in 2004, een stripboek dat Jan Kruis speciaal voor de Leprastichting maakte. Het kwam zelfs op het NOS-journaal. De ambassadeur van Suriname was erbij en diverse andere bekende namen, zoals Jan Terlouw namens de Leprastichting.
In hetzelfde jaar was er een openlucht tentoonstelling rond 100 jaar luchtvaart. We kregen diverse objecten in bruikleen van Museum Fort Veldhuis en er stond zelfs een Buccaneer straaljager opgesteld op de Nieuwe Markt met een echte flightsimulator. Ook de Kamper modelvliegtuigclub Cumulus was van de partij.
Over bekende gasten gesproken. In 2012 kwam Han Peekel, o.a. bekend van het legendarische Tv-programma ‘Wordt Vervolgd’ speciaal per taxi uit Hilversum om de presentatie van een nieuw boek van Paul Geerts bij te wonen.

Al tijdens de opbouw van de stripmarkt in de vroege morgen komen de eerste verzamelaars een kijkje nemen (2008) Foto Remy Steller

Muziek

Dan de muziek en de kindervoorstellingen! Door de jaren heen hebben we de bezoekers verrassende acts kunnen voorschotelen. Om zomaar iets te noemen: In 2007 hadden we The Legendary Movie Orchestra, een podium vullend orkest dat bekende filmmelodieën ten gehore bracht. Claudia y Manito brachten in 2011 authentieke Latijns-Amerikaanse klanken met harp en gitaar. Het bekende duo Accordéon Mélancolique kwam naar Kampen en ook volkszanger Henk Wijngaard kwam als ambassadeur voor de Stichting Lezen & Schrijven hier zijn bekendste liedjes zingen. De meiden van Raak!, de Nederlandse tegenhanger van K3, stalen de harten van klein (waar het optreden voor bedoeld was) en groot door hun spontane interactie met het publiek. Kampenaar Geert Leurink heeft al een aantal keren solo of met andere muzikanten op ons podium gestaan en ook de conservatoriumstudenten verzameld in ‘Da Band’ wisten het publiek te vermaken met jazzy songs.
Ieder jaar zoeken we weer leuke muzikale acts, maar we houden toch ook vast aan tradities. De Dixie Masters die hun vrolijke Dixielandklanken over de hele Oudestraat uitstrooien zijn al jarenlang ons ‘huisorkest’.

Tekenaars aan het werk met chocolade. Van links naar rechts: Wilma van den Bosch, Gerard Leever, Pieter Hogenbirk, Claus Scholz, Paul Geerts en Jan Kruis. Foto: Paul Reichenbach

Tentoonstellingen

De tentoonstellingen, dat is een verhaal apart.
Er waren strip-gerelateerde tentoonstellingen op verschillende locaties. In het Walkate archief bijvoorbeeld, waar onder andere een interessante tentoonstelling over jiujitsu held Dick Bos, uit die ‘beruchte’ kleine boekjes van kort na de oorlog, te zien was, maar ook een bijzonder fraaie collectie Kodak ‘Brownies’ camera’s.
In Galerie Jan Brokkelkamp waren onder andere een cartoontentoonstelling en het werk van Joost Swarte te bewonderen en ook in het Grafisch Atelier waren enkele mooie exposities rond het thema strip.
Onze belangrijkste expositieruimte was echter de Koornmarktpoort, waar we jaren achtereen succesvolle, drukbezochte exposities hebben ingericht. Paul Geerts, bij de meesten alleen bekend als striptekenaar, had er zijn eerste grote schilderijententoonstelling. De cultuurminister van Vlaanderen deed de opening. Er kwamen ruim 1800 bezoekers op deze bijzondere tentoonstelling af.
Ook de Rode Ridder tentoonstelling met heel veel originele tekenplaten en zeker ook ‘Walt Disney in Kampen’ met heel veel origineel Disneymateriaal deden het goed. Ze trokken ieder meer dan 1500 bezoekers. Een aardigheidje bij de Disney tentoonstellingen waren de voorleesmiddagen rond de grote haard.
We hadden een tentoonstelling van werk van Jan van der Voo, illustrator, tekenaar van o.a. Pipo de Clown en zeer verdienstelijk schilder van abstracten. Die tentoonstelling werd op een ludieke manier geopend door ‘de Jantjes’: Jan Kruis en Jan van der Voo zelf, met een ter plekke gemaakte duo-tekening van Pipo en de Rode Kater.
Martin Lodewijk exposeerde in 2007 in de Synagoge. Ook deze tentoonstelling, waar onder meer heel veel reclamewerk van de altijd vriendelijke stripgigant te zien was, trok heel veel bezoekers.
En altijd mochten we rekenen op de aanwezigheid van burgemeester Oosterhof en zijn vrouw.
Tja, toen werd het beleid van het Stedelijk Museum gewijzigd en was er geen plaats meer voor deze populaire tentoonstellingen. Jammer, want we hadden nog zoveel plannen.

Ik noemde burgemeester Oosterhof, die niet alleen steeds present was bij de exposities, maar ook zoveel mogelijk zelf de opening deed van het Stripspektakel. In burgemeester Koelewijn hebben we gelukkig een waardige opvolger, want ook hij is, officieel dan wel officieus, vrijwel elke keer op het Stripspektakel te vinden. We hebben door de jaren heen trouwens ook heel veel wethouders mogen begroeten. Het geeft een geweldige steun in de rug als je ziet dat het gemeentebestuur op deze wijze achter je staat.

Deze tekening van Paul Geerts werd geveild voor de Koggestichting. Opbrengst 2500 euro. Foto: Freddy Vangansbeke

Het boegbeeld van het Kamper Stripspektakel: Koba van Kampen, achter achterkleindochter van Coba van Campen die aan de Nieuwe Toren werd gehesen. Collectie: Remy Steller

‘Kamper’ uitgaven

Het is trouwens ook burgemeester Oosterhof die aan de wieg stond van de ‘Kamper’ stripboeken. Tijdens de opening van het Stripspektakel in 2004 riep hij de aanwezige stripmakers op om ook eens een stripverhaal te maken over Kampen. Ik voelde me aangesproken en besloot iets op gang te brengen. Het eerste resultaat was ‘Het goud van Kampen’, een verhaal waarvan de titel was gebaseerd op een uitspraak van wethouder Breman. ‘Kampen zit op goud!’ riep die eens in een raadsvergadering, waarbij hij doelde op de vele monumenten, maar ik nam het letterlijk en schreef een verhaal over een speurtocht naar een verdwenen goudschat uit het verleden. Twee Kamper brugklassers, Kim en Eddy, krijgen hier bij toeval mee te maken, maar er zijn kapers op de kust. De stad is het decor voor een amusant en spannend verhaal. Tekenaar Arie van Vliet ging ermee aan de slag en Weekblad De Brug was bereid om het verhaal te publiceren, zodat de tekenaar in ieder geval een vergoeding kreeg voor zijn werk.
Als afgeleide van dit stripverhaal is er ook nog een boekje met een stadswandeling voor kinderen gemaakt, die aan de hand van Kim en Eddy de stad kunnen verkennen.

‘Het goud van Kampen’ was de eerste in een hele reeks ‘Kamper’ uitgaven.
Tekenaar Martin-Jan van Santen maakte, naar een idee van mij, een verhaal over ‘Ridder Roosje’, een klein meisje dat dol is op ridderverhalen en opeens oog in oog staat met een echte Middeleeuwse ridder: Ridder Dolf.
Deze Ridder Dolf was een karikatuur van houtkunstenaar Dolf Schinkel die alles weet over de Middeleeuwen en onder meer als stadsgids regelmatig te zien is in een Middeleeuwse outfit.

Inmiddels is Ridder Dolf opnieuw onderwerp van een ‘Kamper’ strip, ditmaal in een eigen serie, getekend door de Vlaamse tekenaar Dirk van der Auwera. Er zijn al twee delen verschenen: ‘Het Hanzecomplot’ en ‘Het geheime wapen’. Het derde deel ‘De hijskoe’, waarin Dolf en zijn makkers naar het Vlaamse Lier gaan op zoek naar een koe die zonder verstikkingsgevaar aan de toren kan worden gehesen, is in de maak en de scenario’s voor deel 4 en 5 liggen al klaar.

Dmitry Yakhovsky, geboren in Wit-Rusland en sinds een drietal jaren woonachtig in Kampen, maakte in prachtige aquarellen ‘De slag om Kampen’ en ‘Het einde van de roofridder’ over de belegering van het roofridderslot van de heren van Voorst.
‘De Winterschilder’, over het leven van Hendrick Avercamp, de ‘stomme van Campen’, is het nieuwste product van mijn samenwerking met deze veelzijdige jonge kunstenaar. Onder het motto ‘Breng Avercamp terug naar Kampen’ willen we met dit boek de belangstelling in eigen stad voor deze grote 17e-eeuwse schilder aanwakkeren. Het is immers toch vreemd dat Avercamp onder de Kamper bevolking nauwelijks bekendheid geniet, terwijl hij over de hele wereld geliefd en bekend is, in het Rijksmuseum tot de favorieten behoort en in het Smithsonian Museum in Washington zelfs een eigen zaal heeft samen met Rembrandt.
Striptekenaar Piet Voordes maakte vrolijke illustraties voor het boek ‘Verse Kamper Uiensoep’, een verzameling van 25 oude en nieuwe ‘Kamper uien’.
Het is bij elkaar toch al een behoorlijk rijtje. De oproep van burgemeester Oosterhof is niet vergeefs geweest.

Het Programmaboekje door de jaren heen. Collage: Remy Steller.

De Programmaboekjes

Nu zou ik nog bijna de Programmaboekjes vergeten! De eerste twee keer verscheen een ‘Stripspektakelkrant’ als bijlage bij weekblad De Brug, daarna hebben we een paar jaar alleen een klein Handtekeningenboekje uitgebracht, waar de fans tekeningen van de verschillende tekenaars in konden scoren. Dit idee is trouwens naderhand door verschillende andere stripevenementen overgenomen.
In 2004 kwam het eerste ‘echte’ Programmaboek’ met artikelen, strips en interviews. Met het succes van het Stripspektakel groeide ook het aantal pagina’s, van een schamele 16 pagina’s in het begin naar de 52 pagina’s tegenwoordig. Van ‘programmaboekje’ naar een echte glossy, waarbij ook de oplage steeg naar gemiddeld 6000 stuks, met als uitschieter 2017, het jaar van de Hanzedagen in Kampen, toen er 10.000 exemplaren zijn verspreid. O ja, dan vergeet ik nog de duizenden downloads, want sinds een paar jaar is het boekje ook op onze website te vinden. Omdat voor iedere editie een bekende tekenaar een speciale voorplaat maakt met een herkenbaar ‘Kamper tintje’, is het Programmaboek een gewild verzamelobject geworden, dat op andere beurzen al leuke prijzen opbrengt. Bij ons is het gratis

Een feest voor iedereen

Het Kamper Stripspektakel is een uniek evenement. Er zijn diverse andere stripbeurzen in het land en (vooral) in België, maar deze worden vrijwel allemaal in een evenementenhal of ander gebouw gehouden. Kampen onderscheidt zich als openluchtgebeuren door de toegankelijkheid. Bezoekers hoeven geen toegangsprijs te betalen, hebben wat eten en drinken betreft een scala van mogelijkheden in het plaatselijk aanbod en vaak wordt een bezoek met het hele gezin gecombineerd met winkelen in de gezellige binnenstad.
Veel belangrijker is nog de ongedwongen sfeer, de grote diversiteit, met alleen al ruim 80 signerende tekenaars en een zeer gevarieerd randprogramma. Naast de gebruikelijke kinderactiviteiten zijn er voorstellingen, ‘meet & greets’ met artiesten, workshops, wedstrijden en nog veel meer. Voor iedereen is er wel iets te doen op het Stripspektakel, of je nu een echte striplezer bent of niet.
Sinds de editie van 2019, waarbij rolstoelgebruikers extra in het zonnetje werden gezet naar aanleiding van het stripalbum ‘Je kunt meer dan je denkt’, is inclusiviteit voor ons een van de speerpunten geworden. Nog meer dan tevoren willen we van deze dag een feest maken voor iedereen, met of zonder beperking.

Peer de Plintkabouter op de Schepentoren door Marq van Broekhoven. Collectie: Remy Steller

Leesbevordering

Enkele decennia geleden werd strips door bepaalde opvoeders in de ban gedaan, als zouden ze gewelddadig zijn en leesluiheid bevorderen. Zelfuitgeroepen deskundigen met een vooroordeel en zeer beperkte kennis van wat er voorhanden was, bepaalden zich voor dat inzicht voornamelijk tot enkele Amerikaanse comics en de fameuze Dick Bos serie, kleine boekjes met één tekening per pagina waarin inderdaad het geweld niet werd geschuwd.
Inmiddels is wel duidelijk dat het aanbod in geweldloze en educatief inzetbare strips uiterst uitgebreid en divers is, waardoor het ‘taboe’ zichzelf belachelijk heeft gemaakt. Strips worden tegenwoordig immers volop ingezet in het onderwijs.
Voor leesbevordering bijvoorbeeld. Kinderen leren ‘lezenderwijs’ lezen met strips waarin de teksten op het leesniveau zijn aangepast. Het werkt ook bij volwassenen. Door de korte dialogen in combinatie met een tekening wordt de Nederlandse taal begrijpelijker en toegankelijker voor niet-Nederlanders, maar ook autochtone volwassenen met taalproblemen behalen prachtige resultaten door het lezen van strips.
Het was Aart Kleijer, toen voorzitter van de werkgroep ‘Kampen met Taal’, die ons wees op de vele mogelijkheden. Sinds 2012 wordt nu bij elke editie bijzondere aandacht besteed aan dit aspect van striplezen, maar ook aan lezen in het algemeen. Leesbevordering is inmiddels een van de pijlers van het Stripspektakel.
In samenwerking met de Bibliotheek worden verschillende projecten aangeboden, er komen auteurs van (kinder)boeken en er wordt gratis standruimte aangeboden aan projecten die met lezen en leesbevordering te maken hebben.

De handen in elkaar

Samenwerking met andere partijen staat bij ons hoog in het vaandel. Het contact met het Stedelijk Museum, de Bibliotheek, de Stadskazerne, het Ikonenmuseum en de Koggestichting en diverse andere stichtingen en instellingen is uitstekend en heeft al leuke resultaten opgeleverd. Verder geven we alle ruimte aan goede doelen en plaatselijke verenigingen.
Een evenement als het Kamper Stripspektakel is er niet alleen om mensen van buitenaf aan te trekken. Het is in eerste instantie een feestelijke dag voor en door Kampenaren, die in alle opzichten draait op vrijwilligers. Het bestuur, dat al enkele jaren bestaat uit Anja Boons, Jan Heinecke, Greet IJzerman, Anneke IJzerman, Dik Helleman, Erwin Bastiaans en Marianna Nijman, met mijzelf al voorzitter, wordt elk jaar bijgestaan door een steeds wisselende groep vrijwilligers, die op de dag zelf de praktische zaken vlot laten verlopen.

De toekomst

Een heel verheugende ontwikkeling is dat het Kamper Stripspektakel niet alleen enorm kindvriendelijk is, maar ook een steeds grotere groep van jongeren rond de twintig aanspreekt. We geven jonge tekenaars en studenten van academies gratis de kans om zich te presenteren en om op ongedwongen manier in contact te komen met de ‘oude rotten in het vak’. Daarnaast is er een jaarlijkse striptekenwedstrijd die ook al mooie resultaten heeft opgeleverd. Zo is bijvoorbeeld de winnares van de eerste wedstrijd, Renée Rienties, inmiddels een internationaal opererende tekenares en illustratrice.
Al dat jonge talent brengt een eigen jonge aanhang mee, waardoor we als enige stripbeurs kunnen bogen op een groter aandeel bezoekers van onder dan boven de 40 jaar.
Vanzelfsprekend is voor ons de oudere garde minstens zo belangrijk. Het zijn en blijven voor ons hooggewaardeerde gasten, deze pioniers, de coryfeeën die met hun werk inmiddels al generaties striplezers hebben geboeid of vermaakt. Maar het zou toch ook niet goed zijn als bezoekers uitsluitend uit nostalgie, uit oogpunt van jeugdsentiment zouden komen. Er moet steeds weer iets nieuws te ontdekken zijn.
Ons streven is dan ook inderdaad om jong talent te stimuleren en te ontwikkelen en daardoor niet alleen de oudere bezoeker te verrassen, maar ook een jong publiek te trekken. Ik mag met gepaste trots en veel genoegen zeggen dat dit heel goed lukt.
Op deze manier kan het Kamper Stripspektakel nog vele jaren mee.